Start

SLIMFIT

Menu

Van veld 3 naar veld 6


Algemene visie en organisatie
Bij de overstap van veld 3 naar veld 6 vindt er een verandering plaats in de visie op leren; Er wordt (meer) doelgericht naar de lessen gekeken. Waar eerst de methode centraal stond, staan nu de doelen van de les centraal; hoe zorg ik ervoor dat kinderen hun doelen bereiken? Op welke manieren kan ik hiervoor zorgen? De bijbehorende werkvormen worden weggezet in een korte, doelgerichte instructie van maximaal 20 minuten per vakgebied. Kinderen verwerken de stof op een eigen moment, gekoppeld aan de dag- / weektaak.

Ook in de organisatie maakt het team een omslag. Waar eerst de ochtend in het teken stond van het geven van lessen, staat nu het geven van instructies centraal. De overstap van het geven van lessen naar het geven van instructies, maakt een aanpassing van het rooster wenselijk. Kinderen volgen gedurende de dag verschillende instructies en hebben tussendoor de tijd om de stof (zelfstandig) te verwerken. Dit betekent dat er door teamleden gezamenlijk nagedacht gaat worden over hoe kinderen begeleid en ondersteund kunnen worden gedurende de dag. In het rooster zal afstemming een belangrijke rol spelen; 'Als jij instructie rekenen geeft, kan ik de andere kinderen begeleiden tijdens het zelfstandig werken.'

Personeel
Bij de overgang van veld 3 naar veld 6, maken personeelsleden de omslag van alleen in de middag groepsoverstijgend te werken, naar de hele dag groepsoverstijgend werken. Het bewust zijn van en inzetten van verschillende rollen wordt steeds belangrijker. Rollen als instructeur, begeleider of coach worden ook tijdens het werken aan de basisvakken ingezet. Leerkrachten, in hun rol van instructeur, worden zich meer bewust van de doelen van de les en werken aan deze doelen door het geven van korte instructies. Dit betekent dat leerkrachten in staat moeten zijn om in korte tijd (maximaal 20 minuten) de kern van de stof aan kinderen over te dragen. Daarnaast is het beheersen van de leerlijnen van de basisvakken een voorwaarde voor het werken met instructies. Doordat de verwerking van de stof door de kinderen op een ander moment gedaan wordt, is het van belang voor leerkrachten om tijdens de instructie veel directe feedback te geven. Op deze manier worden de kinderen ondersteund en gevolgd in hun ontwikkeling.

Daarnaast vindt er een verandering plaats in de personeelsgeleding. Waar eerst voornamelijk leerkrachten werkzaam waren in de school, wordt er nu ook gebruik gemaakt van onderwijsassistenten of andere personeelsleden. Het is van belang om binnen de teams afspraken te maken over de zelfstandige taak en inzet van assistenten en hun begeleiding. Een veelvoorkomende rol van deze personeelsleden, is de rol van begeleider. Dit houdt in dat zij de kinderen begeleiden tijdens het zelfstandig werken of kinderen extra ondersteunen / uitdagen.

Leeromgeving
Aangezien er meerdere kinderen van verschillende leeftijden actief zijn in de unit, is het noodzakelijk om aanpassingen in de leeromgeving door te voeren. De leeromgeving moet ondersteunend zijn aan de activiteiten die kinderen doen, dus het automatisme dat kinderen altijd een tafel en stoel nodig hebben om te leren kan verlaten worden. Ook moet de leeromgeving kinderen uitdagen tot leren en moet er bewust gekeken worden naar geluidsrijke en geluidsarme activiteiten. Zo kunnen er samenwerkplekken, stilteplekken, hoeken, instructieruimten etc. ingericht worden. Ook het inrichten van een leerplein kan een optie zijn. Nadenken en aanpassen van het meubilair is een pre. Uitgangspunt is dan steeds het soort activiteit die kinderen doen en welk meubilair daar dan bij hoort. Als je stil werkt aan een schriftelijke oefening vraagt dat een ander soort meubilair dan dat je een samenwerkingsopdracht doet met driedimensionaal materiaal. Overal moet duidelijk zijn wat de functie van de ruimte is en wat er van kinderen verwacht wordt in die ruimte.

Leerinhoud
Bij de overgang van veld 3 naar veld 6 wordt er meer zelfstandigheid van kinderen gevraagd. Kinderen volgen gedurende de dag verschillende instructies en zullen tussendoor veelal zelfstandig aan het werk zijn. Om zelfstandigheid van kinderen te bevorderen, wordt er vaak gewerkt met planborden, dag- of weektaken. Kinderen hebben ondersteuning en begeleiding nodig bij het leren werken op deze manier. Ook voor leerkrachten vraagt dit een omslag. Kinderen verwerken niet meer direct na de instructie, maar doen dit op een eigen moment. Dit betekent dat de leerkracht het werk van de kinderen minder vaak ziet. Een bespreekpunt is dan ook het nakijken. Welke vakken kijken de kinderen zelf na? Hoe wordt dit gefaciliteerd? Welke vakken worden door de leerkracht nagekeken? Denk aan het inrichten van een nakijkhoek en het oefenen van de vaardigheid 'nakijken'.

ICT
Bij de overstap van veld 3 naar veld 6 kan ICT, meer dan eerst, een rol spelen bij de extra inoefening / (verlengde) instructie. Er kan bijvoorbeeld gewerkt gaan worden met Rekentuin en Taalzee om kinderen te laten oefenen met automatiseren. Ook YouTeach kan ingezet worden voor de extra instructie.

Het volgen van leerlingen
Het volgen van de leerlingen blijft voornamelijk plaatsvinden door het afnemen van methode gebonden en methode ongebonden toetsen. Wel kunnen teams nadenken over hoe ze de ontwikkeling van kinderen willen vastleggen. Een overstap naar portfolio's en de daarbij horende leerdoelgesprekken, waarin kinderen (deels) hun eigen doelen bepalen, behoort tot de mogelijkheden.

Differentiatie
Waar in veld 3 de basisvakken gevolgd werden door kinderen van een bepaalde jaargroep, vinden er nu gedurende de dag meerdere instructies plaats. Door het organiseren in grote basiseenheden ontstaan er meer mogelijkheden voor differentiatie. Er kan bijvoorbeeld voor gekozen worden om divergente differentiatie toe te passen, waarbij instructies plaatsvinden in kleinere groepen.

Leiderschap / professionele leergemeenschap
De directeur heeft bij de overgang van veld 3 naar veld 6 een grote verandering te leiden en daarom een belangrijke rol. Personeelsleden moeten in grotere units gaan werken en moeten meer met elkaar samenwerking en tot taakverdeling komen. Overleg over de te gebruiken bronnen, nadenken over de inzet van ICT etc. Open communicatie, samenwerking, reflectie en evaluatie, dit zijn allemaal werkvormen die regelmatig op de agenda moeten worden gezet door de directeur.

School en samenleving
Bij de overstap van veld 3 naar veld 6, is het van groot belang om de ouders te informeren en te betrekken bij de veranderingen. Daarnaast kan bekeken worden in hoeverre talenten van ouders ingezet kunnen worden bij de vormgeving van het onderwijs. Denk bijvoorbeeld aan ouders die bioloog zijn of in de bouw werken en hier een lessenserie over komen geven etc. Ook het uitbouwen van contacten met bedrijven, universiteiten of andere opleidingen, kan een manier zijn om experts de school in te halen.

Van veld 6 naar veld 9


Algemene visie en organisatie
Bij de overstap van veld 6 naar veld 9 vindt er een verandering plaats in de visie op leren; Er wordt uitgegaan van leer- en ontwikkelingslijnen. Dit betekent dat er wordt uitgegaan van het individuele kind; 'Waar staat dit kind in zijn ontwikkeling en hoe kunnen wij als team ervoor zorgen dat dit kind een stapje verder komt?' Ook worden de kinderen betrokken bij en zicht bewust van hun eigen leer- en ontwikkelingsproces. Het invoeren van kind coachgesprekken en het werken met een portfolio komen vaak voor op veld 9 scholen.

Om daadwerkelijk aan individuele onderwijsbehoeften van kinderen tegemoet te kunnen komen, maakt het team een omslag in organisatie. Kinderen worden geclusterd op basis van hun onderwijsbehoeften. Deze clusters krijgen allen een passend onderwijsaanbod. Zo zou een kind uit jaargroep 5 met rekenen een niveau hoger kunnen meedoen, en met spelling een niveau lager. Een strak rooster waarin duidelijk staat aangegeven welke leerkracht voor welke kinderen op welk moment verantwoordelijk is, is daarom van groot belang.

Personeel
Wanneer de overstap wordt gemaakt van veld 6 naar veld 9, betekent dit dat personeelsleden goed op de hoogte moeten zijn van de verschillende leer- en ontwikkelingslijnen. Adaptief werken is een voorwaarde voor dit soort onderwijs. Daarnaast moeten leerkrachten goed in staat zijn om te schakelen tussen verschillende rollen. Het ene moment zijn ze instructeur, dan weer begeleider, inrichter van de leeromgeving, coach of observator.

Leeromgeving
Bij de overstap van veld 6 naar veld 9 wordt de leeromgeving uitdagend en deels zelfinstruerend ingericht. De leeromgeving moet ondersteunend zijn aan de activiteiten die kinderen doen, dus het automatisme dat kinderen altijd een tafel en stoel nodig hebben om te leren is niet meer nodig. Ook moet de leeromgeving kinderen uitdagen tot leren en moet er bewust gekeken worden naar geluidsrijke en geluidsarme activiteiten. Kinderen zijn actief in de leeromgeving aan het werken en spelen, denk aan hoeken, ateliers, uitdagende opdrachten, MI materialen etc. Er zullen aanpassingen in het meubilair gedaan moeten worden. Uitgangspunt is dan steeds het soort activiteit die kinderen doen en welk meubilair daar dan bij hoort. Als je stil werkt aan een schriftelijke oefening vraagt dat een ander soort meubilair dan dat je een samenwerkingsopdracht doet met driedimensionaal materiaal.

Leerinhoud
De grootste verandering qua leerinhoud vindt plaats in de omschakeling van het geven van instructies (met behulp van methoden) naar het werken met leer- en ontwikkelingslijnen. Methoden worden als een van de bronnen ingezet bij het bereiken van de doelen van kinderen. Daarnaast krijgen kinderen meer en meer zelf de verantwoordelijkheid bij de vormgeving van hun onderwijs. Kinderen kunnen meedenken, meepraten en meebeslissen over wat ze wanneer willen leren. Planborden, dag- en weektaken zijn middelen om het eigenaarschap en de zelfstandigheid van kinderen te bevorderen en vergroten.

ICT
Bij de overstap van veld 6 naar veld 9 worden tablets en laptops naast het oefenen van leerstof ook ingezet om digitale instructies te volgen, oplossingen voor vraagstukken te zoeken of het eigen leerproces te monitoren.

Het volgen van leerlingen
Naast het afnemen van reguliere methode-gebonden en methode-ongebonden toetsen, wordt er bij de overgang naar veld 9 meer geobserveerd. Door middel van observaties en gesprekken met kinderen wordt de ontwikkeling gemonitord en gevolgd. Veel teams kiezen ervoor om de eigen ontwikkeling voor kinderen inzichtelijk te maken, bijvoorbeeld door leerlijnen te vertalen naar kinddoelen, te werken met een portfolio etc.

Differentiatie
Bij de overgang van veld 6 naar veld 9 is uitgaan van verschillen het uitgangspunt. Het team is er verantwoordelijk voor dat elk kind op zijn eigen niveau onderwijs kan volgen.

Leiderschap / professionele leergemeenschap
Scholen die zich richting veld 9 willen ontwikkelen, kunnen gaan werken met werkteams die verantwoordelijk zijn voor de organisatie van het onderwijs in een unit. Aan het hoofd van de school staat een directeur, welke een flink aantal taken delegeert aan de unitleider. Elke unit staat onder verantwoordelijk van een unitleider. Deze unitleider is verantwoordelijk voor het dagelijks reilen en zeilen van de unit, het opstellen van het rooster etc. Ook heeft de unitleider lesgevende taken. Naast de unitleider werken andere personeelsleden in de unit, zoals leerkrachten, onderwijsassistenten en / of andere betrokkenen. Samen zijn zij verantwoordelijk voor het onderwijs in hun unit.

School en samenleving
Wanneer een team zich richting veld 9 ontwikkelt, is het noodzakelijk om na te denken over de rol van externe partijen in school. Men kan bijvoorbeeld besluiten om regelmatig talenten van ouders in te zetten, de samenwerking te zoeken met muziek- of sportverenigingen etc. Ook zoeken sommige scholen de samenwerking op met kinderopvang / peuterspeelzalen, om zich te ontwikkelen tot een Integraal Kindcentrum.