Start

SLIMFIT

Menu

Van veld 1 naar veld 4


Algemene visie en organisatie
Het team maakt een omslag in de visie op leren. Er wordt (meer) doelgericht naar de lessen gekeken. Waar eerst de methode centraal stond, staan nu de doelen van de les centraal; hoe zorg ik ervoor dat kinderen hun doelen bereiken? Op welke manieren kan ik hiervoor zorgen? De bijbehorende werkvormen worden weggezet in een korte, doelgerichte instructie van maximaal 20 minuten per vakgebied. Kinderen verwerken de stof op een eigen moment, gekoppeld aan de dag- / weektaak.

Ook in de organisatie maakt het team een omslag. De overstap van het geven van lessen naar het geven van instructies, maakt een aanpassing van het rooster wenselijk. Kinderen volgen gedurende de dag verschillende instructies en hebben tussendoor de tijd om de stof (zelfstandig) te verwerken. Dit betekent dat er door leerkrachten gezamenlijk nagedacht gaat worden over hoe kinderen begeleid en ondersteund kunnen worden gedurende de dag. Waar eerst één leerkracht verantwoordelijk was voor een groep kinderen, zullen leerkrachten nu meer gezamenlijk verantwoordelijk zijn. In het rooster zal afstemming een belangrijke rol spelen; 'Als jij instructie rekenen geeft, kan ik de andere kinderen begeleiden tijdens het zelfstandig werken.'

Personeel
Er wordt voor het eerst onderscheid gemaakt van de functie leerkracht naar rollen die een leerkracht kan hebben. Een leerkracht heeft gedurende de dag verschillende rollen, bijvoorbeeld van instructeur, begeleider, observator of coach (voeren van kindgesprekken). Leerkrachten, in hun rol van instructeur, moeten steeds beter in staat zijn om korte en bondige instructies te geven, gekoppeld aan het doel. Dit betekent dat leerkrachten in staat moeten zijn om in korte tijd (maximaal 20 minuten) de kern van de stof aan kinderen over te dragen. Daarnaast is het beheersen van de leerlijnen van de basisvakken een voorwaarde voor het werken met instructies. Doordat de verwerking van de stof door de kinderen op een ander moment gedaan wordt, is het van belang voor leerkrachten om tijdens de instructie veel directe feedback te geven. Op deze manier worden de kinderen ondersteund en gevolgd in hun ontwikkeling.

Daarnaast vindt er een verandering plaats in de personeelsgeleding. Waar eerst voornamelijk leerkrachten werkzaam waren in de school, wordt er nu ook gebruik gemaakt van onderwijsassistenten of andere personeelsleden. Het is van belang om binnen de teams afspraken te maken over de zelfstandige taak en inzet van assistenten en hun begeleiding. Een veelvoorkomende rol van deze personeelsleden, is de rol van begeleider. Dit houdt in dat zij de kinderen begeleiden tijdens het zelfstandig werken of kinderen extra ondersteunen / uitdagen.

Leeromgeving
Wanneer een team overstapt naar het geven van instructies, betekent dit dat kinderen meer zelfstandig aan het werk zijn. Scholen kunnen onderzoeken welke rol zij de leeromgeving geven tijdens het zelfstandig werken. De school kan overwegen te gaan werken met ruimten naar functies. Voorbeelden hiervan zijn samenwerkplekken, stiltewerkplekken of instructieruimten. Ook kan er nagedacht worden over het creëren van een rijke leeromgeving met hoeken, ateliers of doe- en ontdekplekken. Dit heeft als gevolg dat de rol van de leerkracht als inrichter van de leeromgeving, langzaamaan belangrijker wordt.

Leerinhoud
De overstap van veld 1 naar veld 4 houdt in dat kinderen gedurende de dag verschillende instructies volgen. Daarnaast zijn zij zelfstandig aan het werk. Om zelfstandigheid van kinderen te bevorderen, wordt er vaak gewerkt met planborden, dag- of weektaken. Kinderen hebben ondersteuning en begeleiding nodig bij het leren werken op deze manier. Ook voor leerkrachten vraagt dit een omslag. Kinderen verwerken niet meer direct na de instructie, maar doen dit op een eigen moment. Dit betekent dat de leerkracht het werk van de kinderen minder vaak ziet. Een bespreekpunt is dan ook het nakijken. Welke vakken kijken de kinderen zelf na? Hoe wordt dit gefaciliteerd? Denk aan het inrichten van een nakijkhoek en het oefenen van de vaardigheid 'nakijken'.

ICT
Bij de overstap van veld 1 naar veld 4 kan ICT, meer dan eerst, een rol spelen bij de extra inoefening of (verlengde) instructie. Er kan bijvoorbeeld gewerkt gaan worden met Rekentuin en Taalzee om kinderen te laten oefenen met automatiseren. Ook YouTeach kan ingezet worden voor de extra instructie.

Het volgen van leerlingen
Doordat leerkrachten kinderen tijdens instructies zien en hen daarna zelfstandig laten (ver)werken, is er minder zicht van de betreffende leerkracht op de kinderen tijdens het zelfstandig (ver)werken. De leerkracht zal tijdens de instructie snel moeten analyseren of het kind de stof snapt of dat extra uitleg gewenst is. Verder worden gewoon de methode gebonden toetsen en methodeonafhankelijke toetsen afgenomen.

Differentiatie
Door af te stappen van het geven van lessen en met instructies te gaan werken, is er meer ruimte voor specifieke instructie voor kinderen die een verkorte of verlengde instructie nodig hebben. Er kan gekozen worden om divergente differentiatie toe te gaan passen, waarbij verschillende niveaugroepen op verschillende momenten instructie krijgen, in plaats van alle kinderen tegelijkertijd.

Sommige scholen kiezen er voor om schoolbreed met dezelfde dagstructuur te gaan werken. Alle kinderen hebben dan op hetzelfde moment een werkblok en houden op hetzelfde moment pauze. Wanneer men voor deze schoolbrede dagstructuur kiest, biedt dit mogelijkheden om kinderen op hun eigen niveau instructie te laten volgen. Voorbeeld: Alle rekeninstructies vinden plaats om 09.00 uur. Tessa uit groep 6 kan met de instructie van groep 7 meedoen. Zo wordt het beste tegemoet gekomen aan haar onderwijsbehoeften.

Leiderschap / professionele leergemeenschap
Bij de overgang van veld 1 naar veld 4, vindt er meer samenwerking tussen personeelsleden plaats. Naast het praktisch afstemmen met elkaar, vraagt dit ook een verandering in professionele omgang met elkaar. Teamleden moeten leren om meer samen te werken. Meerdere personeelsleden ondersteunen en begeleiden de kinderen uit meerdere groepen. Dit betekent dat je elkaar moet vertrouwen. Ook jouw collega is in staat om goed onderwijs aan jouw groep te verzorgen.

School en samenleving
Bij de overstap van veld 1 naar veld 4, is het van groot belang om de ouders te informeren en te betrekken bij de veranderingen. Organiseer bijvoorbeeld een ouderavond waarin je het nieuwe rooster uitlegt, film de dag van een kind of maak een fotoverslag.

Van veld 4 naar veld 6


Algemene visie en organisatie
De grootste verandering bij de overgang van veld 4 naar veld 6 vindt plaats in het groeperen van kinderen. Men gaat werken in units, waarbij kinderen van verschillende leeftijden gedurende de dag met en tussen elkaar (samen)werken en leren. Dit betekent eveneens de omslag van mijn klas naar onze kinderen; het personeel is gedurende de hele dag gezamenlijk verantwoordelijk voor een grote groep kinderen. Hiervoor moet een rooster ontwikkeld worden; wie is waar gedurende de dag en wie is waarvoor / voor welke kinderen verantwoordelijk? En welke regels gelden er op welke plek?

Personeel
De grootste omslag voor het personeel is die van individueel verantwoordelijk zijn voor een klas kinderen naar gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor een grotere groep kinderen. Dit vraagt wat van de competenties van teamleden. Leerkrachten en andere personeelsleden moeten in staat zijn om kinderen van verschillende leeftijden en verschillende ontwikkelingsstadia te begeleiden en te ondersteunen. Ook moeten ze in staat zijn om gedurende de dag met meerdere collega's samen te werken, te leren en te overleggen. Een flexibele houding is gewenst. Sommige teams kiezen ervoor om te gaan werken met vakkenadoptie. Een leerkracht geeft dan bijvoorbeeld alle instructies rekenen aan alle kinderen ,een ander geeft alle spellinginstructies etc. Een voordeel van deze manier van werken is dat leerkrachten meer zicht krijgen op de doorgaande lijn. 'Wat komt er op welk moment aan de orde in de leerlijn van rekenen?' Ook de rollen van personeelsleden worden verder uitgebouwd. In de dagstructuur wordt duidelijk vermeld wie op welk moment een bepaalde rol heeft. Naast de rollen van instructeur en begeleider, worden ook de rollen 'coach'; het voeren van gesprekken met kinderen, en de rol van inrichter van de leeromgeving, steeds belangrijker. Tot slot is uniformiteit in het uitspreken van verwachtingen, regels en afspraken erg belangrijk! Teamleden leren om allen dezelfde pedagogische taal te spreken.

Leeromgeving
Aangezien er meerdere kinderen van verschillende leeftijden actief zijn in de unit, is het noodzakelijk om aanpassingen in de leeromgeving door te voeren. Zo kunnen er samenwerkplekken, stilteplekken, hoeken, instructieruimten etc. ingericht worden. Overal moet duidelijk zijn wat de functie van de ruimte is en wat er van kinderen verwacht wordt in die ruimte. Daarnaast kunnen er hoeken ingericht worden, waar kinderen gedurende langere tijd actief aan het werk kunnen. Per hoek zal nagedacht moeten worden over de functie van de hoek, de doelen die men nastreeft en de materialen die men hierin legt. In hoeverre zijn kinderen in staat met dit materiaal, in deze hoek, zelfstandig te werken?

Leerinhoud
Voor de basisvakken worden instructies gegeven (aan de hand van methoden), de wereldoriënterende en creatieve vakken worden groepsdoorbrekend vormgegeven. Het kan een optie zijn om bijvoorbeeld projectmatig of aan de hand van thema's te gaan werken.

ICT
ICT speelt een rol bij de extra inoefening of (verlengde) instructie. Er kan bijvoorbeeld gewerkt gaan worden met Rekentuin en Taalzee om kinderen te laten oefenen met automatiseren. Ook YouTeach kan ingezet worden voor de extra instructie.

Het volgen van leerlingen
Wanneer een team vakkenadoptie gaat toepassen, is het van belang om na te denken over de overdracht over de ontwikkeling van kinderen en op welke manier dat gaat plaatsvinden. Hoe zorg je er met elkaar voor dat de basisgroep leerkrachten op de hoogte zijn van de ontwikkeling van de kinderen bij de verschillende vakgebieden? Het inplannen van overdrachtsgesprekken of het organiseren van kind besprekingen, zijn hier mogelijke oplossingen voor. Daarnaast worden, om de ontwikkeling te volgen, methode gebonden en methode ongebonden toetsen afgenomen.

Differentiatie
Bij de overgang van veld 4 naar veld 6 zijn er steeds meer differentiatiemogelijkheden. Door het groepsoverstijgende werken zijn er voor kinderen meer mogelijkheden om met andere kinderen samen te werken en te leren. Ook kan er meer aandacht besteed worden aan talentontwikkeling en kunnen talenten van kinderen ingezet worden.

Leiderschap / professionele leergemeenschap
Bij de overgang van veld 4 naar veld 6 wordt er meer gevraagd van de samenwerking van een team. Samen werken, samen leren, samen delen, iets los durven laten, een ander vertrouwen; allemaal zaken rondom professionele cultuur. Het is wenselijk om hier aandacht aan te besteden, bijvoorbeeld in de vorm van scholing / gesprekken etc.

School en samenleving
Communicatie met ouders over de veranderingen is heel belangrijk! Daarnaast kan bekeken worden in hoeverre talenten van ouders ingezet kunnen worden bij de vormgeving van het onderwijs. Denk bijvoorbeeld aan ouders die bioloog zijn of in de bouw werken en hier een lessenserie over komen geven etc. Ook het uitbouwen van contacten met bedrijven, universiteiten of andere opleidingen, kan een manier zijn om experts de school in te halen.

van veld 6 naar veld 9


Algemene visie en organisatie
Bij de overstap van veld 6 naar veld 9 vindt er een verandering plaats in de visie op leren; Er wordt uitgegaan van leer- en ontwikkelingslijnen. Dit betekent dat er wordt uitgegaan van het individuele kind; 'Waar staat dit kind in zijn ontwikkeling en hoe kunnen wij als team ervoor zorgen dat dit kind een stapje verder komt?' Ook worden de kinderen betrokken bij en zicht bewust van hun eigen leer- en ontwikkelingsproces. Het invoeren van kind coachgesprekken en het werken met een portfolio komen vaak voor op veld 9 scholen.

Om daadwerkelijk aan individuele onderwijsbehoeften van kinderen tegemoet te kunnen komen, maakt het team een omslag in organisatie. Kinderen worden geclusterd op basis van hun onderwijsbehoeften. Deze clusters krijgen allen een passend onderwijsaanbod. Zo zou een kind uit jaargroep 5 met rekenen een niveau hoger kunnen meedoen, en met spelling een niveau lager. Een strak rooster waarin duidelijk staat aangegeven welke leerkracht voor welke kinderen op welk moment verantwoordelijk is, is daarom van groot belang.

Personeel
Wanneer de overstap wordt gemaakt van veld 6 naar veld 9, betekent dit dat personeelsleden goed op de hoogte moeten zijn van de verschillende leer- en ontwikkelingslijnen. Adaptief werken is een voorwaarde voor dit soort onderwijs. Daarnaast moeten leerkrachten goed in staat zijn om te schakelen tussen verschillende rollen. Het ene moment zijn ze instructeur, dan weer begeleider, inrichter van de leeromgeving, coach of observator.

Leeromgeving
Bij de overstap van veld 6 naar veld 9 wordt de leeromgeving uitdagend en deels zelfinstruerend ingericht. De leeromgeving moet ondersteunend zijn aan de activiteiten die kinderen doen, dus het automatisme dat kinderen altijd een tafel en stoel nodig hebben om te leren is niet meer nodig. Ook moet de leeromgeving kinderen uitdagen tot leren en moet er bewust gekeken worden naar geluidsrijke en geluidsarme activiteiten. Kinderen zijn actief in de leeromgeving aan het werken en spelen, denk aan hoeken, ateliers, uitdagende opdrachten, MI materialen etc. Er zullen aanpassingen in het meubilair gedaan moeten worden. Uitgangspunt is dan steeds het soort activiteit die kinderen doen en welk meubilair daar dan bij hoort. Als je stil werkt aan een schriftelijke oefening vraagt dat een ander soort meubilair dan dat je een samenwerkingsopdracht doet met driedimensionaal materiaal.

Leerinhoud
De grootste verandering qua leerinhoud vindt plaats in de omschakeling van het geven van instructies (met behulp van methoden) naar het werken met leer- en ontwikkelingslijnen. Methoden worden als een van de bronnen ingezet bij het bereiken van de doelen van kinderen. Daarnaast krijgen kinderen meer en meer zelf de verantwoordelijkheid bij de vormgeving van hun onderwijs. Kinderen kunnen meedenken, meepraten en meebeslissen over wat ze wanneer willen leren. Planborden, dag- en weektaken zijn middelen om het eigenaarschap en de zelfstandigheid van kinderen te bevorderen en vergroten.

ICT
Bij de overstap van veld 6 naar veld 9 worden tablets en laptops naast het oefenen van leerstof ook ingezet om digitale instructies te volgen, oplossingen voor vraagstukken te zoeken of het eigen leerproces te monitoren.

Het volgen van leerlingen
Naast het afnemen van reguliere methode-gebonden en methode-ongebonden toetsen, wordt er bij de overgang naar veld 9 meer geobserveerd. Door middel van observaties en gesprekken met kinderen wordt de ontwikkeling gemonitord en gevolgd. Veel teams kiezen ervoor om de eigen ontwikkeling voor kinderen inzichtelijk te maken, bijvoorbeeld door leerlijnen te vertalen naar kinddoelen, te werken met een portfolio etc.

Differentiatie
Bij de overgang van veld 6 naar veld 9 is uitgaan van verschillen het uitgangspunt. Het team is er verantwoordelijk voor dat elk kind op zijn eigen niveau onderwijs kan volgen.

Leiderschap / professionele leergemeenschap
Scholen die zich richting veld 9 willen ontwikkelen, kunnen gaan werken met werkteams die verantwoordelijk zijn voor de organisatie van het onderwijs in een unit. Aan het hoofd van de school staat een directeur, welke een flink aantal taken delegeert aan de unitleider. Elke unit staat onder verantwoordelijk van een unitleider. Deze unitleider is verantwoordelijk voor het dagelijks reilen en zeilen van de unit, het opstellen van het rooster etc. Ook heeft de unitleider lesgevende taken. Naast de unitleider werken andere personeelsleden in de unit, zoals leerkrachten, onderwijsassistenten en / of andere betrokkenen. Samen zijn zij verantwoordelijk voor het onderwijs in hun unit.

School en samenleving
Wanneer een team zich richting veld 9 ontwikkelt, is het noodzakelijk om na te denken over de rol van externe partijen in school. Men kan bijvoorbeeld besluiten om regelmatig talenten van ouders in te zetten, de samenwerking te zoeken met muziek- of sportverenigingen etc. Ook zoeken sommige scholen de samenwerking op met kinderopvang / peuterspeelzalen, om zich te ontwikkelen tot een Integraal Kindcentrum.